De houding van een assessment- of trainingsacteur en de opbouw van diens gedrag is essentieel bij het fungeren als sparringpartner van een trainee, en als toetsingsinstrument in een assessment.
In onze ogen maakt dat het verschil tussen een acteur en een trainings/assessment acteur (voortaan: trainingsacteur).
Bij een acteur is het prachtig als je die ziet spelen, bij een trainingsacteur is dat uit den boze. Van een trainingsacteur heb je niet het gevoel dat die speelt - het voelt gewoon als echt aan.
Dat komt omdat een goede trainingsacteur zijn/haar gedrag nauwkeurig kan doseren. Bijvoorbeeld goed in staat is in de pas te blijven met het gedrag van de deelnemer. Door precies die houding te kiezen die gewenst wordt. Of dat nu de trainer is die dat wenst, de assessor, of de trainee. Als het maar natuurlijk overkomt.
We onderscheiden de volgende stijlen:
stil, terughoudend (wachtend op bijvoorbeeld echte belangstelling/contact maken)
afwachtend, teruggetrokken
ontwijkend, of oude-jongens-krentenbrood
stress opbouwend, het opbouwen van druk
zoekend naar grenzen van de deelnemer, zonder die te overschrijden
directief of confronterend, en alles wat daartussen ligt
agressief - bij het toetsen/trainen van de-escalerend gedrag
het (na)spelen van een (toekomstige) gebeurtenis
loyaal, bereidwillig, op zoek naar een succes (bij voorkeur sluiten we zo een training af)
mogelijke opdrachten
Werken met improvisatie-opdrachten betekent voor onze acteurs dat zij drie basisopdrachten mee kunnen krijgen:
het spelen van een karakter
het realiseren van een doelstelling
het spelen van een gebeurtenis
U kunt daarbij denken aan de volgende opdrachten:
uitspelen van een case:
een sparringpartner zijn in een concrete (te verwachten) situatie
door simpelweg de gegevens die hem/haar worden aangereikt in zich op te nemen, lijkt het vaak alsof de acteur iedereen kan spelen;
in werkelijkheid leeft de acteur zich alleen in in de situatie en de gevoelens van degene die hij/zij moet spelen, waardoor de deelnemer werkelijk het gevoel heeft dat de persoon in kwestie voor zich zit
spelen van een karakter:
bijvoorbeeld: het open dan wel gesloten zijn over het eigen gevoel/achtergrond
emotie als uitgangspunt:
bijvoorbeeld: pas indien het ‘karakter’ die de acteur speelt zich begrepen voelt, volgt openheid
gesprekstechniek:
zelf hanteren van een bepaalde gesprekstechniek bijvoorbeeld: het consequent om de feiten heen draaien bijvoorbeeld: het geven van een ik-boodschap
het met specifiek gedrag reageren op een gesprekstechniek van de ander bijvoorbeeld: met agressie reageren op beschuldigingen
het reageren op een specifieke gesprekstechniek van de ander bijvoorbeeld: niet reageren op gesloten vragen
doseringsopdrachten:
succes-opdracht:
maak het de deelnemer zo lastig dat deze de zwaarte van de opdracht ervaart, maar zorg ervoor dat hij/zij uiteindelijk succes heeft (als afsluiting van een training zeker aan te bevelen)
faal-opdracht:
maak het de deelnemer stapsgewijs steeds moeilijker, zodanig dat diens opdracht uiteindelijk mislukt; oftewel: hoe ver komt de deelnemer met name geschikt voor assessments (ethisch gezien is het belangrijk dat deelnemer na afloop ingelicht wordt over de bedoeling van de opdracht)
escalatie-opdracht:
voer de gewenste emotie/gedragspatroon langzamerhand op tot een gewenste eindsituatie (bijvoorbeeld bij agressietrainingen)
tweede-kans-opdracht:
creëer een situatie waarin een kandidaat wel slaagt (na eerst te hebben gefaald)
soms is al snel duidelijk dat -met name bij een assessment- een kandidaat faalt;
het kan dan belangrijk zijn om te weten in welke omstandigheden de kandidaat wel slaagt;
de meeste acteurs zijn instaat om dat in één en hetzelfde gesprek te laten plaatsvinden zonder dat een duidelijke breuk ontstaat met het karakter dat de acteur speelt;
voorwaarde is wel dat de assessor vooraf de acteur duidelijk instrueert
speelstijlen: effect
Trainingsacteurs van LivingTale hebben, behalve in het werken tijdens trainingen, ook ervaring in het acteren in onze spelen: teambuildinsspelen en recreatieve spelen (zoals moordspelen).
Dat betekent dat zij méér kunnen dan als trainingsacteur acteren.
Soms kan dat ook binnen een training erg nuttig zijn.
LivingTale acteurs zijn:
gewend om te werken met improvisatie-opdrachten
gewend om afwisselend op drie niveaus te spelen: groot, klein en stimulerend spelen
Hieronder geven we aan wat dat betekent voor het spelen in een training.